U bent hier

Waar komt het sneeuwklokje vandaan?

Het sneeuwklokje is één van de vroegst bloeiende planten in de tuin. Het is een bolgewas dat al sinds de 18e eeuw in Nederland voorkomt. De bol is geïmporteerd uit Zuid-Europa en heet in het latijn Galanthus

‘Melkbloem in de sneeuw bloeiend’

De meest voorkomende soort is Galanthus nivalis. Letterlijk vertaalt betekent dat ‘melkbloem in de sneeuw bloeiend’. Ook al staan sneeuwklokjes symbool voor hoop, het opnieuw ontwaken van de tuin en onze lenteverwachting, de naam geeft ook aan dat het nog flink winterweer kan zijn als ze in februari volop in bloei staan.

Knuffelbol van de Engelsen

De Engelsen hebben het sneeuwklokje in hun hart gesloten als een soort ‘knuffelbol’. Er gebeurt in februari nog niet zo veel in de tuin en sneeuwklokjes kijken in de parken en landgoederen is bij de Brit een favoriete bezigheid in deze voor-lentse-periode. 

Soorten sneeuwklokjes

En er valt wat te zien want naast 19 soorten zijn er nog meer dan 500 zogenaamde cultuurvariëteiten bekend. Allemaal familie, maar net even anders. Er wordt zelfs wel gesproken over 1.700 verschillende soorten! Ook vanuit Nederland zijn er speciale busreizen voor Galanthofielen naar de Engelse zichtvelden.

Zo krijg je meer sneeuwklokjes in je tuin

Sneeuwklokjes zijn familie van de narcissen. Heb je ze eenmaal in je tuin, dan overleven en verwilderen ze uitstekend. Uitgegroeide pollen deel je en laat je op een andere plek weer uitgroeien. Dat delen is het beste, omdat een los bewaarde bol gemakkelijk uitdroogt. Sneeuwklokjes staan het liefst in de lentezon. De standplaats is in de zomer bij voorkeur schaduwrijker.