• ☏ 0516 - 43 21 22 | De levertijd van een webshoporder is 2-3 werkdagen vanaf het moment dat de order ons magazijn verlaat
8.5
2315 Reviews
Winkelwagen 0
Winkelwagen

Er zit nog niets in je winkelmandje.

Hulp nodig?
Menu

Bladrollers

Plagen in fruitplanten- en bomen

Herken de bladroller

Feromonen werken soort specifiek, zorg ervoor dat je de juiste feromoon(val) voor je plaag hebt. Wil je zeker weten van welke bladroller je last heb? Je checkt het eenvoudig met onderstaand stappenplan. Klik op de afbeelding voor een vergroting.

Op deze pagina vind je informatie over: de Heggebladroller, de Rode Knopbladroller, de Grote Appelbladroller, de Koolbladroller, de Kersenbladroller en de Leverkleurige Bladroller. Toepassingsperiode voor alle feromoonvallen:

De Heggebladroller

De Heggebladroller is algemeen verspreid in Nederland en heeft de hazelnootboom, diverse bessenplanten (o.a. framboos en braam), appelboom, perenboom, kersenboom en pruimenboom als waardplant. Een waardplant is een plant waar de Heggebladroller van en op leeft. De motten hebben een spanwijdte van maximaal 23 mm en hebben bruine voorvleugels en lichte achtervleugels.

Rups
De rupsen van de heggebladdroller zijn maximaal 22 mm groot. Het lichaam van de rups is variabel groen gekleurd; lichtgroen tot olijfgroen en donkergroen. Het halsschild is meestal bruin tot zwart van kleur en ook de kop is lichtbruin tot zwart van kleur. 

Cyclus
De heggebladroller overwintert als ei op het hout maar soms ook als rups.  De eieren komen het volgende voorjaar uit. De jonge rupsen vreten vanuit een opgerold blad aan bladeren en knoppen. Later worden ook bloesems en jonge vruchten aangevallen. In mei verpopt de rups en later die maand vliegen de eerste motten. Niet veel later vindt de paring plaats en leggen de vrouwtjes ca. 60 eitjes dakpansgewijs op het hout. 

Schade
In het voorjaar eten de rupsen van de Heggebladroller vanuit hun schuilplaats aan blaadjes en later ook aan bloemen en knoppen. In de zomermaanden vreten ze ook aan vruchten waardoor vruchten beschadigd raken. Hierdoor blijven er verkurkte plekken achter op het fruit. In sommige gevallen kunnen de vruchten vroegtijdig van de boom vallen. 

Bestrijd de Heggebladroller met de Deltaval Heggebladroller.

De Rode knopbladroller

De Rode knopbladroller is algemeen verpreid in Nederland. Hij heeft de appelboom, en kersenboom als waardpllant (waar hij in en van leeft). De Rode knopbladroller wordt ook gevonden in fruitgewassen als perenbomen, pruimenbomen en bessenstruiken zoals de zwarte bes en framboos. De mot heeft een spanwijdte van maximaal 17 mm. De mot is grijsbruin met een opvallende witte band en aan het eind van de vleugels is een zwarte driehoek zichtbaar.

Rups
De rupsen zijn 9-12 mm groot en hebben een roodbruine tot vlezige kleur. De kop en het halsschild roodbruin tot zwart van kleur.

Cyclus
De rode knopbladroller overwintert als rups in een spinsel verscholen in de boom. De rupsen worden in maart actief. De jonge rupsen boren zich een weg in de knoppen en vallen bloesems aan. Vaak doen ze dit vanuit een nest dat bestaat uit aan elkaar gesponnen blaadjes. Halverwege mei verpoppen de rupsen in hun nest of tussen dode bladeren. De motten verschijnen in juni. Niet veel later vindt de paring plaats en legt elk vrouwtje tussen de 50 en 100 eitjes in kleine groepjes op het blad. De jonge rupsen die in juli uit de eitjes kruipen bouwen een schuilplaats van een opgerold blad en veroorzaken vanaf daar schade aan bladeren maar ook aan het fruit. Wanneer de temperaturen in het najaar dalen spint de rups een spinsel om in te overwinteren. De rode knopbladroller heeft 1 en soms 2 generaties per jaar. 

Schade
In het voorjaar vreten de jonge rupsen aan de knoppen. Wanneer de rupsen groter worden vreten ze ook bloemen en bladeren. Dit heeft directe gevolgen voor de vorming van vruchten. De rupsen later in het seizoen vreten direct aan de vruchten. Dit wordt snoepvreterij genoemd. De wonden die hierbij ontstaan zijn invalspoorten voor schimmels.  

Bestrijd de Rode knopbladroller met de Deltaval Rode knopbladroller.

De Grote appelbladroller

De Grote appelbladroller komt algemeen voor in Nederland. Deze mot is een bekende plaag in appel en peer maar wordt ook gevonden in onder andere hazelnootbomen, bessen (o.a. blauwe bessen, rode bessen, frambozen en bramen) maar ook kersenbomen en pruimenbomen. De motten zijn roodbruin van kleur met donkere tekeningen en kunnen een spanwijdte 28 mm. 

Rups
De rupsen zijn 14-22 mm groot en hebben een lichtgroene tot grijsgroene kleur. De kop van de rups is kastanjekleurig. Het halsschild is ook bruin tot kastanjebruin en is aan de zijkanten en achterzijde wat donkerder gekleurd en heeft aan de kopzijde een opvallende witte lijn.

Cyclus
Rupsen van de Grote appelbladroller overwinteren in een spinsel in de boom. In het voorjaar worden de rupsen actief en vreten ze aan knoppen en bloemen. In mei verpoppen de rupsen zodat er later die maand de eerste motten aanvliegen. Kort na het verpoppen vindt de paring plaats en leggen vrouwtjes zo’n 50 tot 100 eitjes op het blad. De eitjes worden bedekt met een waslaagje om ze te camoufleren. De eerste rupsen kruipen in juli uit de eitjes. De rupsen leven in een nest van samengespannen blaadjes en vreten aan het blad en later ook aan het bijna rijpe fruit. Dit wordt snoepvreterij genoemd. In de meeste jaren is er een gedeeltelijke tweede vlucht mogelijk.

Schade
In het voorjaar eten de rupsen knoppen, jonge bladeren en bloemen. In de zomermaanden kunnen de rupsen ook oppervlakkige hapjes uit de vruchten nemen waardoor schimmels naar binnen kunnen dringen. Schade ontstaat omdat rupsen aan knoppen, bloemen en jonge vruchten eten. De jonge vruchten vallen vroegtijdig van de bomen waardoor de opbrengst minder is. In het najaar vreten de rupsen ook bijna rijpe vruchten aan. Dit wordt ook wel snoepvreterij genoemd.

Bestrijd de Grote Appelbladroller met de Deltaval Grote Appelbladroller.

De Koolbladroller

De Koolbladroller komt algemeen verspreid voor in Nederland. De koolbladroller is in de akkerbouw al langere tijd bekend als een plaag van koolplanten. Hij kan echter ook voorkomen op fruitbomen zoals appel, peer, kers, pruim maar ook aan kleinfruit zoals aardbeien en tal van bessenstruiken. De rupsen zijn 18-25 mm groot en grijzig olijfgroen tot bruin gekleurd. Het halsschild en de kop zijn bruin tot zwart gekleurd. 

 

Rups
Rupsen zijn tot zo’n 2,5 cm groot en zijn grijsgroen tot chocolade bruin van kleur. De kop en het halsschild zijn bruin tot zwart. 

Cyclus
De rupsen overwinteren als in een spinsel in de boom. Wanneer het in maart weer warmer wordt worden de rupsen weer actief en vreten ze aan bloemen, knoppen, bladeren en jonge vruchten. In april start de verpopping en in mei verschijnen de eerste motten. Kort na het verschijnen van de motten vind de paring plaats en worden er eitjes afgezet op de bladeren. De eitjes komen na enkele weken uit en het jonge rupsje spint een veilige schuilplaats tussen blaadjes en tussen blaadjes en vruchten. De rups vreet kleine hapjes uit de vruchten waardoor kurkplekjes achterblijven op de schil. In juli verpoppen de rupsen zodat er in augustus een nieuwe motten ontstaat. Ook deze motten leggen eitjes waardoor er halverwege augustus weer rupsen zijn die schade veroorzaken aan het bijna rijpe fruit. In sommige jaren is er een gedeeltelijke 3e vlucht mogelijk. 

Schade
In het voorjaar vreten de rupsen aan knoppen, bloemen en jonge vruchten. De jonge rupsen die vanaf juni uit hun eitjes kruipen eten zowel blad als hapjes uit vruchten. Hierdoor ontstaan er kurkplekjes op de schil en vallen aangetaste vruchten vroegtijdig af. In de zomermaanden gaan de rupsen door met het vreten aan vruchten. Dit wordt ook wel snoepvreterij genoemd en de wonden die hierbij ontstaan zijn ingangspoorten voor schimmels.

Bestrijd de Koolbladroller met de Deltaval Koolbladroller.

De Kersenbladroller

De Kersenbladroller komt over het algemeen verspreid voor in Nederland. De waardplanten van de Kersenbladroller zijn fruitbomen zoals appel, peer, pruim en kers maar ook in kleinfruit (frambozen, bramen en rode bessen). De motten zijn lichtbruin van kleur en hebben op hun vleugels donkerbruine banden. De motten hebben een spanwijdte van ongeveer 24 mm.

Rups
Rupsen zijn tot 20 mm lang. De rupsen zijn lichtgroen tot grijsgroen van kleur. Het halschild is geelgroen gekleurd met een donkere (zwarte) schaduw langs de zijkanten en achterzijde. De kop is lichtgroen tot geelgroen of geelbruin gekleurd. Op de kop kunnen donkere vlekjes zichtbaar zijn. 

Cyclus
De kersenbladroller overwintert in een spinsel in de boom. In maart worden de rupsen weer actief en vreten aan bloesems en jonge vruchten. Vanaf mei verpoppen de rupsen en later in de maand verschijnt de eerste generatie motten. Kort hierna vind de paring plaats en worden de eitjes in groepjes op takken en bladeren gelegd. In juni verschijnen de eerste rupsen die zich te goed doen aan blad en later ook aan vruchten. Wanneer de temperaturen in het najaar dalen spint de rups een spinsel waarin hij overwintert. In sommige jaren is er een tweede generatie mogelijk. 

Schade
Schade aan het blad valt over het algemeen mee. De vraatschade aan bloesems en jonge vruchten in het voorjaar kunnen de oogst negatief beïnvloeden.

Bestrijd de Kersenbladroller met de Deltaval Kersenbladroller.

De Leverkleurige bladroller

De Leverkleurige bladroller is over het algemeen verspreid in Nederland. Zijn waardplanten (planten/bomen waar hij in en van leeft) zijn appelbomen, perenbomen, pruimenbomen en bessen (rode bessen, framboos etc.). De motten zijn leverkleurige en hebben roodbruine banden over hun vleugels lopen. De motten hebben een spanwijdte van ongeveer 24 mm. 

Rups
De rupsen zijn maximaal 25 mm groot en hebben een lichtgroen tot groen gekleurd lichaam. Het halsschild is groen tot geelgroen en de kop heeft een lichtgroene tot geelgroene of geelbruine kleur zonder opvallende markeringen.

Cyclus
De leverkleurige bladroller overwintert als rups in een spinsel verscholen in de boom. Wanneer de temperaturen in het voorjaar weer toenemen ontwaakt de rups en vreet hij aan knoppen en bloemen. De rupsen doen dit vanuit een nest van opgerolde bladeren. In mei vindt de verpopping plaats zodat er later die maand de eerste motten verschijnen. Niet veel later vindt de paring plaats. De eitjes worden bovenop het blad gelegd, meestal in groepjes van 30 tot 50. De eitjes komen enkele weken later uit. De rupsen die vanaf juni verschijnen vreten aan bladeren maar ook aan het bijna rijpe fruit. In de meeste jaren is er een gedeeltelijke tweede vlucht mogelijk. 

Schade
In het voorjaar eten de rupsen bladeren en bloemen wat direct gevolgen heeft voor de vruchtproductie. In de zomermaanden en in het najaar is de schade het grootst omdat de rupsen ook aan de vruchten vreten.

Bestrijd de Leverkleurige bladroller met de Deltaval Leverkleurige bladroller.

Plaaginformatie

Bladrollers bestrijden

Toepassingsperiode