Menu

Fytotherapie: het gebruik van kruiden in de veehouderij

Fytotherapie

Plantaardige middelen

Kruiden

Een behandeling met 100% plantaardige middelen wordt ook wel kruidengeneeskunde (fytotherapie) genoemd. Deze geneeskunde is al zo oud als de mensheid. De laatste jaren groeit de belangstelling voor geneeskrachtige planten en hun toepassing en wordt er veel onderzoek naar gedaan. Werkzame stoffen uit deze kruiden zijn niet verdund en zijn meestal bedoeld voor een specifieke klacht.

Kruiden kunnen de smakelijkheid van voer verhogen en verschillende effecten op de diverse orgaansystemen van het dier hebben. Ze kunnen de spijsverteringssappen bevorderen of de darmflora beïnvloeden en daarmee voederconversie, groei en weerstand positief beïnvloeden.

Het ondeskundig gebruik van kruiden is overigens niet zonder risico. Kruiden kunnen in hoge concentraties erg giftig zijn, terwijl ze in lage dosering een gunstig effect hebben op een bepaalde aandoening. Geneesmiddelen die op de markt zijn moeten aan strenge regels en controles voldoen en zijn dus veilig te gebruiken.

Plantaardige middelen

De fytotherapie gaat net als de reguliere geneeskunde uit van het ‘contraria-principe’. Dit betekent dat de klachten van een ziekte worden genezen door middelen met een tegengestelde werking. Ten tweede geldt voor beiden dat de dosering evenredig is met het effect, dat wil zeggen dat in ernstige gevallen de dosering verhoogd wordt.

Een verschil is dat de fytotherapie uitsluitend gebruik maakt van planten, plantendelen of extracten en tincturen daarvan. De reguliere geneeskunde maakt daarentegen vooral gebruik van gesynthetiseerde stoffen. Veel reguliere geneesmiddelen hebben een plantaardige oorsprong.

Essentiele oliën

Binnen de fytotherapie wordt ook gewerkt met oliën uit planten, ook wel essentiële of etherische oliën genoemd. Niet alle etherische oliën zijn geschikt om inwendig toegepast te worden. Etherische oliën staan onder andere bekend om hun antibacteriële werking.
Onder laboratoriumomstandigheden is gebleken dat een aantal multiresistente bacteriesoorten (o.a. MRSA, ESBL en Salmonella) opnieuw gevoelig gemaakt kan worden voor bepaalde antibiotica door toevoeging van vluchtige oliën of componenten daarvan.

Kruiden kunnen de smakelijkheid van voer verhogen en verschillende effecten op de diverse orgaansystemen van het dier hebben. Ze kunnen de spijsverteringssappen bevorderen of de darmflora beïnvloeden en daarmee voederconversie, groei en weerstand positief beïnvloeden.