• ☏ 0516 - 43 21 22 | De levertijd van een webshoporder is 2-3 werkdagen vanaf het moment dat de order ons magazijn verlaat
8.6
2471 Reviews
Winkelwagen 0
Winkelwagen

Er zit nog niets in je winkelmandje.

Hulp nodig?
Menu

Katten zijn lastige eters

De kat gebruikt zijn zintuigen...

Als je katten vergelijkt met honden, dan zijn katten in het algemeen veel lastiger met eten dan honden. Geef je een hond een andere brok of een ander soort voer, dan zal hij dat meestal meteen opeten. Bij katten is dat altijd nog maar de vraag. Als je geluk hebt eet de kat het wel, maar als je pech hebt absoluut niet. Dat katten zulke lastige eters zijn, heeft met een aantal verschillende dingen te maken.

Om te bepalen of een kat iets lekker vindt of niet maakt de kat gebruik van zijn zintuigen: de ogen (hoe ziet het voer er uit?), de neus (hoe ruikt het voer?) en de tong (hoe smaakt het voer?). Katten kunnen een uitgesproken voorkeur hebben voor bepaalde smaken. Sommige katten willen bijvoorbeeld alleen de vis smaken en andere katten alleen de rund of wild smaken. Op een gegeven moment weet je dat van je eigen kat.

Behalve de smaak van het voer spelen bij katten ook een aantal andere aspecten van het voer een grote rol. Katten hebben in vergelijking tot honden en mensen veel minder smaakpapillen op hun tong en kunnen daardoor ook minder goed proeven. De andere factoren van het voer zijn voor hen dus ook belangrijk.

Hoe ruikt het? Welke vorm? Structuur?

Een van de andere factoren is de geur van het voer. Of wel hoe ruikt het?

 

Geur komt het beste tot zijn recht als voer vers is en bij natvoer als het niet (te) koud is. Je kunt dus beter niet direct voer uit de koelkast aan je kat voorzetten, maar liever even op kamer temperatuur laten komen of opwarmen met een beetje warm water. Een andere factor is de vorm en de grootte van de brokjes. Kan de kat de brokjes makkelijk in zijn bek nemen of moet hij ze doorbijten.

 

Per kat kan de voorkeur voor grootte en vorm sterk verschillen. Ook de textuur van het voer is van belang. Veel katten zijn alleen gewend aan harde brokjes, deze hebben een harde en soms brosse structuur. Dat is heel anders dan natvoer of zelf gekookte vis of hart dat zacht en vochtig is. En ook weer heel anders dan prooidieren die taai kunnen zijn.

Van nature zijn katten geen water drinkers

Van nature zijn katten geen water drinkers. In de natuur krijgen zij een groot deel van hun water binnen via hun eten: prooidieren bevatten een groot gehalte aan water. Katten die alleen droge brokjes eten moeten dus echt gestimuleerd worden om voldoende te drinken.

Veel katten vinden het lekker om buiten regenwater te drinken of bewegend water. Hiervoor bestaan speciale katten fonteintjes, maar uit de kraan laten drinken of in de douche vinden veel katten ook prettig.

We weten tegenwoordig ook dat het waterbakje op een andere plaats moet staan dan het voer omkatten beter te laten drinken. Meerdere plekken in huis is nog mooier!

Alvast wennen...

Naast de eisen die katten aan hun voer stellen zijn het ook nog heel erge gewoonte dieren. Ze houden van duidelijkheid en voorspelbaarheid. Als een kat alleen gewend is om harde brokjes te eten, dan is het heel moeilijk om zo’n kat aan zacht voer of verse producten te krijgen.

Als dierenarts hebben wij daar regelmatig last van als katten vanwege een ziekte opeens op een ander voer over moeten gaan. Dat voer is dan meestal ook nog in een natte vorm in plaats van harde brokjes die ze gewend zijn. Sommige katten gaan dat echt niet eten.

Het zou daarom heel goed zijn om kittens vanaf het moment dat ze ook vast voer gaan eten, zoveel mogelijk verschillende soorten voer aan te bieden. Het mooiste is natuurlijk als de moederpoes het ook eet en zo een voorbeeld is voor haar kittens.

Poezen die af en toe wat vangen buiten, zullen dat ook aan hun kittens aanbieden. Naast de harde bokjes is het goed om ook af en toe wat zacht voer aan te bieden uit een blikje en af en toe een stukje gekookte vis of hart of iets om op te knabbelen. Zo kunnen kittens wennen aan verschillende texturen en smaken en zullen ze later als volwassen kat makkelijker verschillende soorten voer willen eten.

Tot slot zijn katten ook nog heel achterdochtig wat hun voer betreft. En ook hier hebben wij als dierenarts last van. Als een kat maar enig zins het idee heeft dat er met zijn eten gerommeld is, bijvoorbeeld omdat er een medicijn door het voer zit, zullen ze het niet op eten. Ze kunnen hier heel erg vasthoudend in zijn. Dit dwingt je als dierenarts en eigenaar om hier heel creatief mee om te gaan. Vaak werken sterk geurende producten het best, mits de kat ze lust!

Auteur: Evelien van der Waa, dierenarts