• ☏ 0516 - 43 21 22 | De levertijd van een webshoporder is 2-3 werkdagen vanaf het moment dat de order ons magazijn verlaat
8.5
2474 Reviews
Winkelwagen 0
Winkelwagen

Er zit nog niets in je winkelmandje.

Hulp nodig?
Menu

Eerste hulp bij een vlooienplaag

De meeste mensen krijgen al jeuk bij de gedachte aan vlooien. Maar een vlooienbeet zorgt niet enkel voor jeuk. Een vlooienbeet kan zorgen voor huidirritatie en allergische reacties bij zowel mens als dier.  Bij de kat kunnen ze ook zorgen voor haaruitval, huidbeschadigingen gevolgd door huidontstekingen en ziektes en parasieten overbrengen. Met hun lange pootjes kunnen vlooien heel goed springen, tot wel een meter ver. Hierdoor verplaatsen ze zich moeiteloos door het hele huis. Ook springen ze makkelijk van dier op dier. Dit is waarom er zo gemakkelijk een vlooienplaag ontstaat.

Hoe weet je of je kat vlooien heeft?

Er zijn een aantal signalen die op een vlooienbesmetting wijzen. In een enkel geval zul je de vlooien over de kat zien lopen. Dit is echter een weinig betrouwbare manier om te bepalen of de kat vlooien heeft. Een vlooi leeft namelijk niet permanent op het dier. Alleen de volwassen vlooi zuigt bloed op het dier en laat zich dan op de grond vallen. De meeste vlooien, eitjes, poppen en larven bevinden zich dan ook in de leefomgeving. Opvallend veel krabben wordt door de meeste kattenbaasjes goed herkend als teken van jeuk. Echter krabt niet elke kat die door vlooien geplaagd wordt, opvallend veel. Om een vlooienplaag te voorkomen is het belangrijk om als kattenbaasje ook alert te zijn op de veel subtielere signalen:

  • Vanuit stilstand ineens door huis rennen
  • Kort trillen (rimpelingen) van de vacht
  • De kat heeft jeuk en bijt of likt daar de haren weg
  • Jeuk brengt veel ongemak met zich mee waardoor een kat kribbig kan reageren naar andere katten of naar zijn baasje
  • Zwarte puntjes (vlooienpoepjes) op de huid die rood verkleuren op een vochtige tissue

 

Help, een vlooienplaag!

Een (binnen)kat kan vlooien krijgen wanneer hij niet- of niet op de juiste wijze wordt ontvlooid. Vooral bij hoge temperaturen planten vlooien zich razendsnel voort waardoor een plaag sneller ontstaat. Wanneer je zelf meerdere vlooienbeten hebt en er zijn vlooien aanwezig op het dier, is er waarschijnlijk sprake van een plaag. Het aantal vlooien die in de kattenvacht wordt gezien, geeft een vertekent beeld van de hoeveelheid vlooien die zich in de omgeving bevinden. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat 99% van de vlooien zich in de omgeving bevindt.

Enkel het dier ontvlooien met een vlooienpipetje is in dit stadium niet meer afdoende. Bij een plaag is het belangrijk dat je niet alleen het dier, maar ook de omgeving behandelt. Alleen dan zullen ook de eitjes en larven worden bestreden. Behandel de omgeving maandelijks gedurende drie maanden met een omgevingsspray. Hierna is het voldoende om vier keer per jaar de omgeving te behandelen.

Aangezien de eitjes en larven zich vooral in kieren, spleten, naden en onder plinten bevinden, helpt het om naast de andere stappen, gedurende enkele weken dagelijks te stofzuigen. Stofzuig zo zorgvuldig mogelijk, dus ook onder de bank, de kast, het tapijt en de tafelpoten. De stofzuigerzak gooi je na gebruik buitenshuis weg, om te voorkomen dat de eitjes weer binnenshuis uitkomen. Een (stukje) vlooienband in de stofzuigerzak werkt niet afdoende omdat dit de eitjes en larven niet doodt. Daarnaast verspreid je zo met elke stofzuigbeurt gif in de lucht. Een vlooienplaag behandelen kan erg frustrerend zijn. Wanneer de omgeving onvoldoende wordt meegenomen in de behandeling, krijgen onvolwassen vlooien de kans uit te groeien waardoor ze lang voor problemen kunnen zorgen. Het lijkt dan alsof de vlooien telkens blijven terugkeren of de vlooienmiddelen onvoldoende werken. In werkelijkheid is de behandeling dan onvolledig geweest waardoor de vlooienplaag nooit echt weg is geweest.

Om onze geliefde dieren en onszelf te beschermen tegen vlooien, behandel je de kat het liefste preventief het hele jaar door (ook in de winter) met een vlooienmiddel zodat een vlooienuitbraak wordt voorkomen.

Auteur: Denise van Lent, Kattenbioloog